Nieuws

Kareldoormanweg
8-1-2007

De Karel Doormanweg is een sluiproute voor verkeer vanuit het noorden van de polder naar de A6 en voor verkeer tussen de industrieterreinen Urk en Emmeloord. Dit geeft veel overlast bij de weggebruikers en voornamelijk voor de fietsende kinderen die naar school gaan. De snelheid is veel te hoog , dit is ook gemeten door de gemeente. Voor de plaatsing van de 60 km borden was de gemiddelde snelheid 100 km per uur. Na de plaatsing is dit aanzienlijk verbeterd, de gemiddelde snelheid ligt nu op 85 km per uur. Om de snelheid en intensiteit nog lager te krijgen en dus veiliger moeten er aanvullende maatregelen worden getroffen.


Afgelopen maandag 8 januari is bijna de voltallige buurt (35 pers.) aanwezig geweest in café/restaurant De Goede Aanloop. Zij werden uitgenodigd door de gemeente, vertegenwoordigd door de wethouder dhr. Schutte, dhr. Kragt van Duurzaam Veilig en dhr. Roelof Leunge van verkeersrealisatie om de locaties van de 4 chicanes en de uitvoeringsvorm van deze en de 2 plateaus te bespreken. Tevens waren er diverse uitgenodigde wethouders van verschillende partijen aanwezig.


De 4 chicanes en de 2 plateaus waren al 4 jaar de wens van de bewoners en toegezegd op 23 jan. 2006 door dhr. Ritsema onze vorige wethouder. Zij zouden gerealiseerd worden voor het einde van 2006. Sinds augustus 2002 zijn de bewoners in gesprek en hebben zij diverse bijeenkomsten gehad met de gemeente. Onze huidige wethouder dhr. Schutte stelde bij aanvang van de vergadering bovenstaande ter discussie om te horen of de bewoners nog steeds gezamenlijk achter hun standpunten stonden. Na een discussie kwam naar voren dat zij unaniem achter hun chicanes en plateaus staan. Vervolgens werden de tekeningen gepresenteerd. De chicanes zullen veiliger zijn als de huidige proefopstelling. Bij de ingangen van provinciale wegen zullen ze geplaatst worden en de plateaus komen op de kruisingen met de zijwegen te liggen. Zie tekening. Dhr. Kragt en dhr. Leunge gaven aan dat het plan voor half 2007 gerealiseerd kan worden.

Tekst + foto’s: Gea Nooren en Mario Ottink